De kwaliteit van basisschool De Wilakkers

 
Wat vindt u belangrijk als u de school voor uw kind(eren) kiest? Zoekt u vooral een school dicht bij huis? Of geeft u de voorkeur aan een school waar ook de vriendjes en/of vriendinnetjes van uw kind(eren) naartoe gaan? Vindt u de sfeer op school belangrijk, of kijkt u vooral naar de schoolresultaten zoals de Cito-scores en de verwijzingen naar het voortgezet onderwijs? Kortom: wat maakt een school tot een goede school?
De Stichting Katholiek en Protestants-Christelijk Onderwijs (SKPO), waartoe ook basisschool De Wilakkers behoort, heeft voor zichzelf vijf ‘kwaliteitsindicatoren’ beschreven:
 
1. Het leerlingaantal
2. De leerling-resultaten per school op basis van de Cito-eindscore en intelligentietoets afgezet tegen de sociaalculturele afkomst van de leerling;
3. De positie van leerlingen aan het begin van het derde jaar voortgezet onderwijs afgezet tegen het advies in groep acht;
4. Het welbevinden van leerlingen.
5. Identiteit

Ad 1: als het aantal aanmeldingen voor een school jaar na jaar daalt, kan dat een signaal zijn dat er iets niet goed zit. Vandaar dat we het aantal leerlingen goed in de gaten houden

Ad 2: cito-scores en doorverwijzingen naar het voortgezet onderwijs zeggen niet alles. Zo weten we uit ervaring dat de vooropleiding van de ouders en de intelligentie van het kind zelf van grote invloed zijn op de Citoscore, en beide factoren zijn niet door de school te beïnvloeden. Ook de verwijzing naar het voortgezet onderwijs zegt niet alles. Je kunt wel iedereen naar het vwo verwijzen, maar als na een paar jaar blijkt dat dit voor de meeste kinderen te hoog gegrepen was, moet worden vastgesteld dat het een onrealistisch advies was. Daarom werkt SKPO met een zogenaamd gewogen onderwijsresultaat. Het is een soort optelsom van factoren die aangeeft hoe de schoolprestaties zich verhouden ten opzichte van vergelijkbare scholen. Gemeten worden de resultaten van rekenen, taal, studievaardigheden en wereldoriëntatie. Deze schoolresultaten worden vergeleken met andere scholen uit Eindhoven, Son en Breugel en Nuenen. De effecten van het opleidingsniveau van ouders en de leerling-intelligentie worden in deze methode meegewogen. De gemiddelde score van een school wordt op 100 gesteld. Als een school meerdere jaren meerdere procenten boven- of onderpresteert, kan er een relatie worden gelegd tussen de schoolresultaten en de prestatie van die school. Bij een structurele score van meer dan drie procent onder het gemiddelde (score van 96 en lager) gaat de SKPO-directie met de schooldirectie in gesprek. De school wordt gevraagd een analyse te maken van de oorzaak van deze score en een plan van aanpak om de score voor het volgend jaar te verbeteren.

Ad 3: dit betreft een meting van de feitelijke vooruitgang van het kind.

Ad 4: we vinden het belangrijk dat kinderen zich fijn voelen op school. Wie zich lekker voelt, presteert immers beter.


Ad 5: jaarlijks beoordeelt de medezeggenschapsraad (MR) of de schoolpraktijk aansluit bij de visie en het beleid van de school inzake identiteit. Hiervan wordt het schoolbestuur op de hoogte gesteld.